Expositie en lezingen

In de maanden april t/m juni 2014 is in de Openbare Bibliotheek Schoonhoven een uniek overzicht van een deel van de Collectie van der Kop te zien geweest. Niet eerder vertoonde tekeningen van Han van der Kop uit zowel zijn kindertijd als academietijd, en minder bekende olieverfschilderijen van Ad van der Kop (alleen in april).

Op dinsdagavond 8 april vond er een lezing plaats in het Historisch Ontmoetingspunt over de collectie en het leven van de schilders. Met name Han, de Academietijd en de link met Schoonhoven kwamen naar voren. Het verhaal van 2011 werd ‘herteld’ met nieuwe feiten en inzichten. De lezing werd op woensdagmiddag 16 april ook speciaal voor de Kunstgroep van SWOS aan de Oranjeplaats gehouden.

Op donderdag 17 april vond in Schoonhoven een workshop plaats die door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed werd geleid. Het doel van de workshop was het komen tot een waardering van de collectie en een aanzet te geven voor het maken van een collectieplan. Tien deelnemers van binnen en buiten Schoonhoven hebben vanuit hun eigen deskundigheid de collectie onder de loep genomen. De bijeenkomst was besloten en werd gehouden in de bibliotheek en in Raadszaal van het stadhuis.

Verdwenen schilderij duikt op

Toen eind mei 2014 de huisartsenpraktijk en zorginstelling Vierstroom haar pand aan de Spoorstraat opruimden vanwege de verhuizing, dook toch ineens het schilderij ‘Seringen’ van Ad van der Kop op. Eerder al werden daar twee tekeningen van Han van der Kop gevonden. In de jaren tachtig zijn drie werken door de gemeente uitgeleend maar deze bruikleen is nooit goed omgeschreven. In 2003 werd al geconstateerd dat de werken zich niet in de collectie bevonden maar elders aan de muur hingen. Begin 2014 zijn twee werken van Han terug gehaald om te fotograferen en weer bij de collectie te voegen. Nu is ook het laatste werk weer in de collectie. Hoeveel werken er nog buiten de collectie zijn, doordat zij in de jaren hiervoor ontvreemd zijn, is onduidelijk.

LS657

17 nieuwe foto’s

Vandaag werden er 17 nieuwe familiefoto’s aan de database toegevoegd. Ze werden gevonden in een oud fotoalbum van ‘Tante Bertha’.

Deze Bertha van Klaveren is in Schoonhoven een begrip. Als schooljufrouw is zij in 1909 getrouwd met Jacob van Klaveren. Ze hebben een slagerij in de Lopikerstraat 21 en krijgen daar in 1911 hun zoon Benjamin (Benno). Oom Ferdinand Alexander Hoogendijk is getuige bij de aangifte. Wanneer de oorlog uitbreekt – zij zijn al op leeftijd – duiken zij onder bij het gezin van Pieter Peereboom bij de Veerpoort. Dit is een neef van de vader van Johanna. Hun zoon, die al uit huis is en pianist is, duikt onder in Rotterdam. Hij wordt in 1943 opgepakt, op straat gesmeten en door de Duitsers met een auto overreden. De overlijdensakte vertelt dat hij overleed aan een longontsteking. Jacob van Klaveren, geen gemakkelijke man, overlijdt in 1946. Bertha verliest een zusje in Westerbork en een zusje in Auschwitz en blijft alleen achter. Het pand wordt verkocht aan de familie Doorlijer die er een snackbar van maken en er enkele kamers verhuren. Tante Bertha blijft bij hen wonen en wanneer je in de snackbar staat, zie je haar in het achterkamertje zitten.” Wanneer de familie Doorlijer verhuist naar een andere woning, verhuist tante Bertha mee. Zij is een geliefde vrouw die in 1964 (in hetzelfde jaar als Johanna) overlijdt en als laatste Jood in Schoonhoven wordt begraven op de joodse begraafplaats.

Het album is in bezit gekomen van een dochter van de familie Doorlijer en zij wist niet welke mensen er op de foto’s stonden. Het zijn hele persoonlijke foto’s van moeder en de volwassen kinderen Van der Kop, vaak ook samen met tante Bertha, die geen echte tante was maar zo door de halve stad genoemd werd. Uit de foto’s blijkt dat er een intieme band bestond. Johanna noemt ‘tante Bertha’ in een brief van 2 april 1958 ‘onze liefste tante’. Die is dan al 82 jaar oud. Wel heel bijzonder is een foto van het graf van Han van der Kop op Zorgvlied in Amsterdam. Ook blijkt dat de familie veel had met honden.

Ro Mogendorff

Mogendorff werd geboren als dochter van de joodse arts Emanuel Mogendorff en Aline Flesseman in de Oosterparkstraat in Amsterdam. Haar tweelingzus Isidora Frederika (1907-1985) werd onder de naam Do Hoogland bekend als actrice, zij was getrouwd met Albert van Dalsum. Het gezin woonde naast de schilder Willem Witsen, die ervoor zorgde dat Mogendorff toestemming kreeg van haar ouders om een opleiding aan de Dagtekenschool voor meisjes te gaan volgen. Ze kreeg daar les van Jan Uri. In 1924 werd Mogendorff toegelaten aan de Rijksacademie, waar ze Han van der Kop leerde kennen en een hechte vriendschapsband mee aan ging. Ze won toen ze 19 was de Cohen Godschalkprijs en kreeg vanaf haar 21e voor drie jaar een koninklijke subsidie toegekend. Twee jaar later opende ze een eigen atelier, samen met Paul Citroen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog dook Mogendorff onder. Ze besloot zich alleen nog op tekenen te richten en sloot zich na de oorlog aan bij de Nederlandse Kring van Tekenaars en Arti et Amicitiae. Ze exposeerde meerdere keren. De vriendschap het Han, die overleed in 1934, zette zij voort door contact te houden met Ad en Johanna van der Kop. Van correspondentie tussen hen worden in het Joods Historisch Museum enkele brieven bewaard van Johanna en Ad, welke ook in onze database zijn opgenomen. Door deze brieven weten we nu iets meer over het leven van Johanna en Ad.

In 1957 ontving zij als eerste de Prix de la Critique van de Association Internationale des Critiques d’Art. In 1967 werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Het laatste half jaar van haar leven woonde Mogendorff in het Rosa Spier Huis, waar ze op 62-jarige leeftijd overleed.

Zie ook: http://romogendorff.nl en de brieven zelf via “Zoeken op brief”  in de database.

Avondmaalsstel

Henricus Johannes Eliza Groeneveld van der Kop (1799-1879) is de overgrootvader van Ad, Johanna en Han. Deze laatste werd naar zijn opa vernoemd. Toen zijn vrouw Maria Boonders overleed (1799-1860) wilde hij een blijvende herinnering aan haar in hun woonplaats Schoonhoven nalaten. En dat is hem gelukt! Na het overlijden van zijn vrouw kreeg de Gereformeerde Kerk van Schoonhoven in 1860 een nieuw avondmaalsstel dat door de Rotterdammers J. Lang en C. Koops (Meestertekens nr. 7554) werd vervaardigd.

[citaat uit ‘De Krimpenerwaard’ door Catharina L. van Groningen]

De twee ovale schotels (29,5 × 23 cm.), twee kannen (h. 25,5 cm.), twee vierkante offerbussen (h. 13,5 cm.) en vier ronde schoteltjes werden geschonken door H.J.E. Groeneveld van der Kop, ter nagedachtenis aan zijn overleden echtgenote Maria Boonder. In het verdiepte gladde plat zijn de alliantiewapens van de schenkers met helm, C-voluten en bladwerk gegraveerd alsmede de inscriptie: ‘geschenk aan de kerck der hervormde gemeente te schoonhoven ter voldoening aan het verlangen van mijne geliefde echtgenote maria boonder overleden den 26. mei 1860. h.j.e. groeneveld van der kop’. Op de andere voorwerpen komen de alliantiewapens terug. De schotels en de twee schenkkannen zijn helemaal uit zilver vervaardigd. De offerbussen en de vier bekerschoteltjes zijn van ebbehout met zilveren beslag. Alle voorwerpen hebben een randjes versierd met wingerdranken en druivetrossen en alle onderdelen dragen bovendien dezelfde vijf merken: meesterteken van J. Lang en C. Koops, Rotterdam ca. 1860, (Meestertekens nr. 7554), lopende leeuw + 2, minervakop, zwaardje, jaarletter a = 1860.

gron052krim02ill0402

Wijnhandelaar

Vader Willem Carel van der Kop is wijnhandelaar. Hij bezit een pakhuis van waaruit hij zijn onderneming voert (zie ook de familiefoto’s). Zijn grootvader Henricus Johannes Elisa Groeneveld van der Kop begon met deze onderneming en volgde daarmee zijn vader en grootvader niet op als notaris. Er is niet zoveel bekend over de geschiedenis van deze onderneming. Wel weten we één en ander via krantenberichten.

Op 1 december 1875, wanneer Henricus Johannes Elisa 76 jaar oud is, wordt er een vennootschap voor vijf jaar aangegaan tussen hem en zijn zoon Carel Wilhelm, die dan 44 jaar oud is. De firma wordt voortaan Groeneveld van der Kop & Co. genoemd. Wanneer in 1880 deze voor een nieuw tijdvak gecontinueerd kan worden, leeft Henricus Johannes Elisa echter niet meer (overleden in 1879). Carel Wilhelm is rond november 1897 uit Schoonhoven vertrokken naar Den Haag. Zijn zoon Jacob heeft gekozen voor een militaire carrière.

Waarom zijn zoon Adrianus Johannes (dan 53 jaar oud) niet in deze zaak genoemd wordt, is onduidelijk. Mogelijk is hij wel actief in het bedrijf. Hij overlijdt in 1898. Zijn oudste zoon Frederik Hendrik vertrekt naar Friesland. Zijn tweede zoon Henricus Joannes Eliza vertrekt naar Nederlands Indië. Alleen Willem Carel (1869) is in Schoonhoven gebleven en zal wel als wijnhandelaar in Schoonhoven werken.

Akte samenwerking broers A.J. Groeneveld van der Kop en C.W. van der Kop

In 1905 vindt er een notariële verkoop plaats van de nalatenschap van de firma Groeneveld van der Kop & Co. De voorraad wijnen en likeuren wordt op vrijdag 7 juli openbaar verkocht in het Heeren-Logement. Op donderdag 17 augustus 1905 volgt de openbare verkoop van drie pakhuizen, kantoor, 34 gemetselde wijnhokken, met erf en grond aan de Havensloot en Koestraat.

Openbare verkoping nalatenschap H.J.E. Groeneveld van der Kop  Verkoop drie pakhuizen 1905

Henricus Johannes Elisa Groeneveld van der Kop lijkt ook bemoeienis te hebben met het in Schoonhoven bekende Heeren-Logement in de Koestraat. In een advertentie van 1 mei 1868 wordt dit via hem te huur aangeboden.

Advertentie Heerenlogement Groeneveld van der Kop

 

 

 

 

Cohen Gosschalk prijs

Mr. Johan Henri Gustaaf Cohen Gosschalk (Zwolle, 3 november 1873 – Amsterdam, 18 mei 1912) was een Nederlands jurist, graficus en kunstschilder. Hij was een zoon van Salomon Levi Cohen en Christina Gosschalk. Hij studeerde rechten.

Johan Cohen Gosschalk   zorgvlied-006

Hij kreeg tussen 1897 en 1900 privé schilderlessen van Jan Veth in Bussum. Hij signeerde zijn werk meestal als Johan Cohen, hoewel hij op 24 november 1902 bij Koninklijk Besluit toestemming had gekregen om zijn moeders achternaam aan de zijne toe te voegen. Hij schilderde onder andere portretten en landschappen en was lid van Arti et Amicitiae en Sint Lucas. Hij was ook kunstcriticus en schreef artikelen voor De Kroniek, Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift en Onze Kunst.

Hij trouwde op 21 augustus 1901 met Jo Bonger, de weduwe van de kunsthandelaar Theo van Gogh. Zij lieten in Bussum de villa Eikenhof bouwen door architect Willem Bauer. In 1903 verhuisde het paar naar Amsterdam. Cohen Gosschalk hielp mee met de organisatie van een tentoonstelling van het werk van Vincent van Gogh, zwager van zijn vrouw, in 1905 in het Stedelijk Museum. Hij schreef onder andere de biografische introductie voor de catalogus van de expositie.

Johanna Bonger  Gosschalk, Johan Henri Gustaaf Cohen (1873-1912) - Portret van Gooise boer (1897)

Na het overlijden van Cohen Gosschalk werd door zijn weduwe een tentoonstelling gehouden van zijn nagelaten werk. Zij noemde zich enige tijd daarna weer J. van Gogh-Bonger.

De Mr. Johan Cohen Gosschalk prijs is op 11 juni 1913, na zijn overlijden,  ingesteld door de nog levende moeder van de naamgever, Christina Gosschalk. De officiële naamgeving is “ACADEMIEFONDS TER HERINNERING aan Meester JOHAN HENRI GUSTAVE COHEN GOSSCHALK, in leven kunstschilder”. Jaarlijks zal uit de rente van een fonds een prijs – ongeveer overeenkomend met de gekweekte rente – aan een der meest belovende Nederlandse leerlingen van de grote schilderklassen van de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam worden geschonken. De voorwaarden waaronder de jury, worden notarieel vastgelegd in een elf artikelen tellend document. Het stamkapitaal bedraagt fl 100,- terwijl mevrouw Gosschalk fl 3000,- toezegt te zullen storten. In 1985 bestaat deze prijs nog steeds, of dat nu nog zo is is mij onbekend.

IMG_2516  IMG_2528 IMG_2529 IMG_2530

Winnaars (en studie aangekocht) van de Mr. Johan Henri Gustave Cohen Gosschalk prijs:
1914 P.J.G. (Pauline) Mouthaan ?
1916 P.M. (Peter) Dillen
1917 B. Boas (P. Determeijer)
1918 Henri Charles Jonas (P.J.G. (Pauline) Mouthaan)
1919 C. (Cees) Bolding (Elly Tamminga + D. Blanes)
1920 Cornelis Koning (L. Wiegmans + Ch. H. (Charles) Eijck + J. Dijkstra)
1921 Gerard Huijsser (T. (Teun) Bakker)
1922 Willem Hofker (Roeland Koning)
1923 Charles Sayers (E. Rieman)
1924 Antonius Lüske (F.H. Abbing + J.U. Zahn)
1925 M. (Moos) Cohen (J.J. (Hans) Royaards + Han van der Kop 1)
1926 Han van der Kop 2 (J. (Jacob) Eriks)
1927 C.H. (Cees) Timmering (-)
1928 Piet Landkroon (G.A. (Gerrit) Neven)
1929 Ro Mogendorff (Polly Zwaal + G. Dieperink)
1930 A. Deetman (G.V.A. (Gerard) Röling)
1931 H.A. Hampe (-)
1932 G.L. (Bert) Brante (H. Volkhemer)
1933 Cor Reisma (R. Knipscheer)
1934 K. Sluizer (C.R. Graswinckel)
1935 E. van Gulick (C.R. Graswinkel)
1936 J.C. (Cor) Rummenie van Heeck (W.J. (Waalko) Dingemans jr.)
1937 F.C. Rogaar (J. van Kampen)
1938 C. (Cor) Hund (D. Zwier + C. Naviatik)
1939 Jan van der Veer (L. Plas)
1941 – (U. Ferman? + J. (Jan) Rozendaal + J.B. (Johannes) Sleper)
1944 A. Veldhoen + A. Voorzanger (-)
1946 Jentje Popma + J.A. Engelchor
1948 J.B.K. Sarneel (H. van der Bom)
1950 A.J.B. (Ad) Dekkers + H. van der Bom + J. Halbertsma
1952 A.J.B. (Ad) Dekkers + J. Halbertsma
1954 J.F.A. Henkus + Isa van der Zee
1957 E.M. (Emmy) Eerdmans + L.M. Asbeek Busse

Voetnoot 1: Vrouwelijk naakt, zittend op rechterzijde gezien, rechterhand in de schoot, rechter- over linkervoet. (143cmx102cm)

Voetnoot 2: Vrouwelijk naakt, staand op rechterbeen, van voren gezien, kort zwart haar, kijkend naar wat zij in haar rechterhand heeft. (170cmx75cm)

Tijdens de oorlogsjaren gaat de wedstrijd door maar wordt de naam aangepast in “Prijs der Groote Schilderklasse”. Soms zijn er geen wedstrijden omdat er te weinig deelnemers zijn.

IMG_2527 IMG_2526 IMG_2524 IMG_2523 IMG_2521 IMG_2519 IMG_2518 IMG_2517 IMG_2513

Jacob van der Kop

jacobvanderkop big_32002487_0_199-200 big_32002491_0_186-200 Naam: Van der Kop
Voornamen: Jacob
Geboren: 25-7-1868, Schoonhoven
Overleden: 26-1-1945, Vught
Sport: Schieten
Olympische Spelen: 1908

Jacob van der Kop wordt als jongste kind van Carel Wilhelm van der Kop en Francoise Charlotte Vreede op 25 juli 1868 in Schoonhoven geboren. Zijn vader is wijnhandelaar. Hij is een neef van de vader van Ad en Han (zie stamboom) en wordt 1e Luitenant der Marinier. Op 19 januari 1899 trouwt hij met Anna A. (Moggy) van Sillevoldt in Rotterdam. Zij wonen in 1927 in de Luikschestraat 5 te Scheveningen. Nadat Moggy overlijdt op 19 april 1927, trouwt Jacob op 5 december 1927 met Antonia Marijt in Nijmegen. Zij gaan wonen aan de Nassaukade 50 in Rijswijk (Z-H). Op 11 juni 1929 wordt daar hun zoon Koos (Jacobus) geboren. 

Jacob van der Kop is beroepsmilitair (kapitein van het Corps Mariniers). Hij maakt deel uit van het revolverteam, dat in Londen zesde wordt. In de individuele wedstrijd eindigt hij met 447 punten op de twaalfde plaats. Van der Kop is ook de leider van het team in Bisley. In 1908 (en ook later) woont hij in Overveen. Op 26  januari 1945 overlijdt hij in Vught, 76 jaar oud.

Over Jacob is verder weinig meer bekend.

Zie ook: http://www.sportuitslagendienst.nl/schieten-1.html

big_31970137_0_728-540 (1)

F.A. Hoogendijk

Ferdinand Alexander Hoogendijk (1879) was een oom van Ad en Han, een broer van moeder Wilhelmina Gerarda Hoogendijk. Hij was edelsmid, goudsmid, zilversmid en docent aan de Teekenschool, de latere Rijksvak- en kunstnijverheidsschool voor goud- en zilversmeden te Schoonhoven. Hij heeft Han daar waarschijnlijk zelf nog les gegeven. In 1904 trouwde hij met Neeltje van Schaijk. Zij kregen twee zonen (Ferdinand Alexander en Jacob) en een dochter (Neeltje Cornelia). Hij woonde aan het Doelenplein en aan het eind van zijn leven aan de Lekdijk. Van zijn werk wordt in museum Boijmans in Rotterdam nog een schaal uit 1918 en een mand uit 1919 bewaard.

Zie: http://collectie2008.boijmans.nl/nl/work/MBZ%20134%20(KN&V)

Teekenschool Schoonhoven

Na de Lagere School (1909 – 1915) gaat Han naar de H.B.S. in Gouda (1915 – 1919) en volgt daarna de Teekenschool in Schoonhoven (1919 – 1921).  Daar is zijn oom Ferdinand Alexander Hoogendijk één van zijn leraren. 

Ontstaan van de Teekenschool te Schoonhoven

Schoonhoven heeft een tekenschool, opgericht in 1862 door de Nijverheidsvereniging, die in zijn hoogtijdagen 26 à 30 leerlingen telde. In 1894 waren er nog maar 12 leerlingen over (ondanks de Kinderwet uit 1874 die kinderen onder 12 jaar verbood te werken).

16029   15872

In de winter van 1893/1894 wilden enkele zilversmidsbazen daarin verandering brengen. Zij organiseerden in de openbare lagere school op maandag- en donderdagavond cursussen van 1,5 uur waarbij door 44 leerlingen naar wandplaten getekend werd; 14 leerlingen leerden er het rechtlijnig en bouwkundig tekenen en 2 het handtekenen.

Per 1 januari 1895 ging de reeds bestaande tekenschool over aan de Nijverheidsvereniging. De school stond vanaf de eerste plannenmakerij onder “toezicht” van Molkenboer.

14969

Op 30 juli 1895 werden drie onderwijzers aan de minister van Binnenlandse Zaken voorgedragen ter benoeming aan de school, die op 9 september zou openen: F.A. Tepe, leraar m.o. te Amsterdam, als leraar-directeur (hij bleef dat tot 1920), W.F. Brouwer voor handtekenen en L.F. Redeker, bouwkundige en gemeentearchitect, voor rechtlijnig – en bouwtekenen. Redeker nam een jaar later, waarschijnlijk gezien de schrale beloning van fl. 350 voor 350 lesuren, zijn ontslag. Op diezelfde 30 juli 1895 werd de eerste steen voor de tekenschool gelegd.

Er werden vijf avonden in de week en op woensdag- en zaterdagmiddag tekenlessen gegeven, bouwkundige klassen op maandag en woensdag, de handtekenklas op dinsdag, donderdag en vrijdag. Er werd getekend naar o.a. gips- en houtmodellen die werden aangekocht of ten geschenke ontvangen, o.a. van het Rijksmuseum in Amsterdam.

17684

Men was in 1895 met 65 leerlingen begonnen. In het cursusjaar 1895/1896 waren dat er 96, met de volgende beroepen: timmerlieden: 12 – meubelmakers: 2 – smid: 1 – koperslager: 1 – metselaars: 6 – goud- en zilversmeden, graveurs: 43 – ververs: 5 – a.s. onderwijzer: 1 – drukker: 1 – kleermaker: 1 – zadelmaker: 1 – leerlooier: 1 – zonder: 21. 12 leerlingen waren jonger dan 12 jaar, 31 van 12-14 jaar, 35 van 14-16, 12 van 16-18 en 6 boven de 18.

DSC_0067

De “middagcursus” was iets nieuws, die startte met vier leerlingen, waaronder 1 meisje. Later kwamen er nog twee leerlingen bij.

In september 1896 werd als leraar rechtlijnig en bouwkundig tekenen aangesteld Adrianus Kok Wz, gemeentearchitect van Bergambacht. Hij werd in 1899 opgevolgd door ir. Hendrikus de Vos uit Krimpen aan de Lek, onder beding dat hij zich te Schoonhoven zou vestigen.

Er bestond aandacht en waardering voor de school: Victor de Stuers. de befaamde referendaris, had zich ingespannen voor de oprichting; op 2 februari 1897 bedankt het bestuur hem voor het aanbevelen van leermiddelen (beelden, schilderijen, plaatwerken?) waarvoor men fl. 200 ter beschikking stelt en De Stuers vraagt die zaken aan te kopen. In oktober van dat jaar ontvangt men van De Stuers het aanbod een eventuele permanente tentoonstelling ten behoeve van de school met een subsidie te steunen. Men vraagt De Stuers dan om raad inzake een voorgenomen cursus graveren die men in 1898 wil geven, drie uur per week aan ca. 12 leerlingen. De lessen werden gegeven door P. Koppenol uit Schoonhoven. Het lesgeld voor de graveercursus zou fl. 0,40 per maand bedragen voor cursisten en fl. 0,60 voor leerlingen van alleen de graveercursus. Kinderen die niet betalen kunnen krijgen het onderwijs gratis, “daar het ons te doen is, om de kinderen van den werkman voort te helpen (en zoo de vakschool komt) te vormen tot nuttige en bekwaamen werklieden”.

In 1896/1897 klom het leerlingental van 96 naar 112, waaronder 28 leerlingen van elders, hoofdzakelijk omliggende gemeenten.

tekenschool

In november 1901 bezochten 93 leerlingen de school waarvan 10 van buiten de gemeente. 38 leerlingen betaalden geen schoolgeld.

In 1903 werd besloten een cursus in het drijven te beginnen, waarvoor bet rijk een subsidie gaf voor een extra lokaal. Na veel moeilijkheden werd in november F.A. Hoogendijk (een broer van moeder van der Kop) benoemd als leraar in het drijven. De cursus startte op 1 december. In 1912 kwam daarbij een cursus gieten. 

17530

Voorjaar 1918 is er sprake van een uitbreiding van de Tekenschool tot “De eerste Nederlandse Vak- en Kunstnijverheidsschool tot Opleiding van Goud- en Zilversmeden en Horlogemakers te Schoonhoven” en een vergroting van de school met twee lokalen voor ca. fl. 11.000. Aanbesteding op 27 maart en eerste steen gelegd op dinsdag 14 mei 1918. De nieuwe cursus ging van start op 2 september 1918. Er werden voor het eerst leraren “theoretisch onderwijs” (lieden met de akte hoofdonderwijzer), scheikunde en boekhouden benoemd. Bij L.M. van Kempen te Voorschoten werd gevraagd naar een geschikte leraar goudsmeden, graveren en eventueel ook stempelsnijden.

Financieel bleek een en ander echter niet meer te trekken en men begon in 1919 dan ook te spreken over overname van de school door het rijk. Vanaf 1920 gaat de school verder als Rijksvakschool.

Informatie ontleend aan een brief van Molkenboer, directeur van de rijksnormaalschool voor tekenonderwijs te Amsterdam aan de minister, 1894.
Aantekeningen uit het copieboek 1895 – 1919 van het bestuur voor de Tekenschool van de Nijverheidsvereniging voor Goud- en Zilversmeden te Schoonhoven, Archief Nijverheidsvereniging.
Een eeuw Vakschool, Mieke van Baarsel, 1995.