Joseph A. Postmes

Joseph A. Postmes

Jozef Antonius (Jos) Postmes (Maastricht, 30 juli 1896 – 30 november 1934) was een Nederlands kunstenaar. Als leerling van Rob Graafland aan het Stadsteekeninstituut en aan de Zondagsschool voor Decoratieve Kunsten had Postmes een voorliefde voor zowel onderwijs als kunst.

In 1914 begon hij aan de Opleiding aan de Rijksnormaalschool voor Teekenleeraren in Amsterdam, maar deze verliet hij toen hij naar de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten vertrok. Hier volgde tegelijk met zijn vrienden Han Jelinger, Henri Jonas en Jos Narinx onderwijs onder leiding van Antoon Derkinderen.

In 1925 behaalde hij de Akte van bekwaamheid voor Nijverheidsonderwijs, waarmee hij bevoegd werd om handtekenen te doceren aan het lager en middelbaar nijverheidsonderwijs. In 1927 werd Postmes benoemd tot directeur van de Middelbare Kunstnijverheidsschool van Maastricht.

Postmes werd een persoonlijke vriend van Han van der Kop. Hij schreef in de Limburger Koerier een “In Memoriam” over Han na zijn dood in maart 1933. Postmes zou zelf een jaar later overlijden.

00-03-1934

IN MEMORIAM HAN VAN DER KOP
De vele bekenden en kunstbroeders vernamen Maandag met ontzetting en droefheid de tijding, dat Han van der Kop te Amsterdam Zaterdag 10 Maart 1934 overleden was.
Hoewel de jonge kunstenaar reeds een vijftal jaren geleden zich met zijne familie te Maastricht gevestigd had, hield zijn stillen aard hem terug van een geregeld verkeer met de Maastrichtsche kunstenaarsbent uit bescheidenheid en waarschijnlijk ook omdat hij wars was van het chronische gevreigel in kunstenaarskringen.
Het werk van den jongen kunstenaar, was volkomen in overeenstemming met zijn persoon, zijn talent was door staag werken groot en verfijnd geworden. Al zijn werken, die op ’n enkele uitzondering na, klein van afmeting waren, munten uit door bijzondere verzorgde factuur en techniek, opvatting en verfijnde detail.
Het detail streefde hij na met innige liefde, zonder de grootheid van behandeling van het totaal te kort te doen.
Hij verwierp het grimas, de verwringing van zijn talent door te offeren aan allerlei “samen”, hij wilde slechts simpelheid-waarheid. Geboren te Schoonhoven, 1903 vervaardigde hij in zijne jeugd reeds teekeningen, die de aandacht trekken door hun scherpe waarneming. Uit zijn H.B.S. tijd te Gouda is nog een album dat door hem geïllustreerd werd met zeer opmerkelijke teekeningen van uitgesproken coloristischen aard! In zijn eigenlijke kunstenaarsloopbaan trad zijn sterk teekentalent op den voorgrond, zijn kleur kwam op het tweede plan. De teekenaar verdrong nog den schilder. De kleur steunde zijn teekening. Men kan zijn werkwijze tot een zekere hoogte vergelijken met die van den Franschen classicert J.O. Ingres.
Zijn grootste vereering ging echter uit naar den onovertroffen Duitschen kunstenaar Hans Holbein, die in de 16e eeuw, hofschilder was aan het Engelsche hof en daar vele portretten schilderde en vooral teekende van de leden der Engelsche Aristocratie van dien tijd.
Van der Kops kunst is èn technisch en volgens de geest verwant aan Holbeins kunst, ook zij is aristocratisch.
Vrij kort geleden prijkte in de étalage van den kunsthandel Dejong in de Groote Straat te Maastricht een prachtige roodkrijt teekening naar een mannelijk model, dat met buitengewone (doch voor hem gewone) zorgvuldigheid was bewerkt.
Degenen, die hem aan ’t werk zagen weten hoe moeizaam zijn werkwijze was, zijn controle op zijn werk verslapte nooit en deed hem vaak eenzelfde onderwerp herhaalde malen opnieuw behandelen.
Zijn intieme vrienden wisten dat Han van der Kop naast groote schildergaven, ook groote muzikale ontwikkeling had.
Geruimen tijd stond de muziekstudie zelfs op den voorgrond en was hij ongeveer klaar voor het examen Middelbaar Onderwijs in Muziek. Het teekenen werd toen door hem als bijzaak en tijdverdrijf beschouwd.
Zijn talent als declamator was zeker even groot als zijn muzikale gave. De eigenlijke schildersloopbaan begon met zijn studie aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam onder leiding van de professoren als Dr. A. J. Derkinderen, R.N. Ronald Holst, prof. Jurres, prof. Woltjer e.a.
Zijn talent vond erkenning en ontwikkeling aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten. Hij behaalde er de Cohen-Godschalk-prijs, die telken jare wordt toegekend aan de beste modelstudie welke in prijskamp geschilderd wordt.
De commissie voor het uitreiken der Koninklijke studiebeurzen verleende hem deze onderscheiding.
Zijne studie werd in 1931 bekroond door het behalen van den z.g. Prix de Rome in de schilderkunst, waarbij hem werd toegekend de daaraan verbonden gouden eerepenning en reisstipendium.
Als merkwaardigheid mag hier wel gememoreerd worden, dat van de vier mededingers aan deze Prix de Rome-wedstrijd er drie uit Maastricht afkomstig waren. De gouden en zilveren eerepenning kwamen toen beiden in Maastricht.
Zijn eerste stipendium reis voerde hem in 1932 naar Italië, waar hij in opdracht copieerde te Rome en Florence.
Zijn tweede en derde Stipendiumjaar bracht hij in het vaderland door en verbleef bij tusschenpoosen te Maastricht. Vele Maastrichtsche families lieten hun familieleden door hem teekenen.
Aan de Stadhouderskade te Amsterdam had hij zijn atelier in het gebouw der Rijks academie een z.g. loge, waar hij regelmatig werkte.
De dood maakte een plots einde aan dit jonge kunstenaarsleven, dat zoovele uiterlijke beloften vertoonde.
In zijn gesprekken met Gsell zegt de groote Fransche beeldhouwer en denker A. Rodin zoo treffend: “Les belles œuvres, qui sont les plus hauts témoignages de l’intelligence et de la sincérité humaines, disent tout ce que l’on peut dire sur l’homme et sur le monde, et puis elles font comprendre qu’il y a autre chose qu’on ne peut connaître.” I)
Moge Han van der Kop’s oeuvre en persoonlijkheid later een diepgaander beschrijving vinden dan deze enkele regels, die slechts vluchtig doch uit volle sympathie zijn geschreven naar eigen gegevens aangevuld worden met die van bevriende zijde.

Joseph A. Postmes

I)
De schoone kunsten, welke de hoogste getuigenissen van den menschelijken geest en ernst zijn, drukken alles uit wat er te zeggen valt over mensch en wereld, en tevens doen zij begrijpen, dat er nog iets anders is dan het kenbare. (L’art Aug. Rodin Entretiens reunis par Paul Gsell, 1932).

Geboorte- & overlijdensakten

Geboorteakte van Adrianus Johannes (Ad) van der Kop

Geboorteakte van Ad van der Kop

Geboorteakte van Johanna Cornelia (Jo) van der Kop

Geboorteakte Johanna van der Kop

Geboorteakte van Henricus Joannes Eliza (Han) van der Kop

Geboorteakte Han van der Kop

Geboortetafel van Han van der Kop

14-04-1903-geboortetafel-HanvanderKop

Overlijdensakte van Han van der Kop

12-03-1934-overlijden-Hanvan der Kop

 

Familiegraf in Schoonhoven

Het familiegraf in Schoonhoven

Familiegraf:
In Schoonhoven wonen nu geen families ‘Van der Kop’ meer. Dit familiegraf op de Algemene Begraafplaats van Schoonhoven is nog een stille getuige van een relatie met de stad.

De steen van Johanna van der Kop

Zuster J.C. van der Kop:
Zus Johanna Cornelia van der Kop (geboren op zondag 2 juni 1901) overlijdt op 29 september 1964 te Maastricht, 63 jaar oud. Zij is de tweelingzus van Adrianus Johannes (Ad) van der Kop die overlijdt op 4 december 1963 aan de gevolgen van een verkeersongeval. Samen met Henricus Johannes Eliza (Han, 11 april 1903) zijn zij de drie kinderen van vader Willem Carel van der Kop (wijnhandelaar, gemeenteraadslid) en moeder Wilhelmina Gerarda Hoogendijk.

Van Kelckhoven - Hogerlinden

W.C. van Kelckhoven:
Overgrootvader van Kelckhoven, de opa van vader Willem Carel (moeders kant) (geboren op 12 september 1804) overlijdt op 12 april 1867 (grafsteen) of 1868 (advertentie), 58 jaar oud.

Samuellina van Kelckhoven (8)

M. van Hogerlinden:
Overgrootmoeder van Kelckhoven, de oma van vader Willem Carel (moeders kant) (geboren op 10 december 1803) overlijdt op zondag 19 november 1865, 60 jaar oud.

Samuellina van Kelckhoven (5)

Maria van Hogerlinde

W.C. van der Kop - Van Kelckhoven

W.C. van der Kop:
Vader Willem Carel van der Kop (geboren op dinsdag 25 mei 1869) overlijdt op vrijdag 22 augustus 1924, 55 jaar oud. Hij is de zoon van Adrianus Johannes van der Kop en Samulina Maria van Kelckhoven. Hij was getrouwd met Wilhelmina Gerarda Hoogendijk. Hij ligt begraven in het graf van zijn oma en overgrootouders van moeders kant.

Willem Carel van der Kop (3)

22-08-1924-overlijden-Willem_Karel_vanderKop

S.M. van der Kop:
Oma van der Kop, de moeder van vader Willem Carel, Samuellina Maria van Kelckhoven (geboren op 3 november 1837) overlijdt op 29 oktober 1924, 92 jaar oud (2 maanden na haar zoon) en wordt in hetzelfde graf begraven.

Adrianus Johannes Groeneveld van der Kop (11)

Het lijkt er op dat oma Samuelina de laatste rechten op dit graf had. Misschien heeft zij haar ouders laten herbegraven (de overlijdensdata staan niet chronologisch). Johanna van der Kop heeft als laatst levende de rechten gekregen via haar moeder. Zij koos niet voor een begrafenis in Maastricht maar keerde terug naar haar geboorteplaats.

Grafrechten

A. J. van der Kop:
Opa van der Kop, de vader van Willem Carel, Adrianus Johannes van der Kop (geboren op maandag 12 augustus 1822) overlijdt veel eerder al, op donderdag 8 september 1898, 76 jaar oud. Hij is de zoon van Henricus Johannes Elisa Groeneveld van der Kop en Maria Boonders.


W.G. Hoogendijk:
Moeder Wilhelmina Gerarda Hoogendijk (geboren op zondag 27 april 1873) overlijdt op vrijdag 18 september 1959 in Grave (Noord-Brabant), 85 jaar oud. Zij wordt gecremeerd in Dieren.

Willem Carel van der Kop (8)   21-09-1959-overlijden-Wilhelmina_Gerarda_Hoogendijk

Vader en moeder trouwen op maandag 11 juni 1900:

11-06-1900-huwelijksakte

Overlijdensadvertentie Han van der Kop:

13-03-1934-Limburger_Koerier 28-04-1934-Limburger_Koerier

H.J.E. van der Kop:
Uit de rouwadvertentie blijkt dat Han van der Kop werd begraven op begraafplaats Zorgvlied in Amsterdam. Bij navraag is bekend dat het grafnummer N-III-1499 was.

A.J. van der Kop
Adrianus Johannes (Ad) van der Kop overlijdt op 4 december 1963 in het Onze Lieve Vrouwengasthuis aan verwondingen als gevolg van een aanrijding door een tram van lijn 7, op de kruising van de Wibautstraat en de Eerste Boerhaavestraat in Amsterdam, op woensdagochtend 27 november 1963. Hij is dan 62 jaar oud. Hij werd begraven op 9 december 1963 op de Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied in hetzelfde graf als zijn broer. Het graf is in 1988 geruimd.

Willem Carel van der Kop (11)   Willem Carel van der Kop (9)   Willem Carel van der Kop (10)

Rijksakademie Amsterdam

De Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam heeft in haar collectie nog twee tekeningen van Han van der Kop. Het zijn studies / toelatingsexamens voor de Prix de Rome uit 1931. Deze zijn te zien via de collectiedatabase: http://rabk.adlibsoft.com/search.aspx (in de kunstcollectie zoeken op ‘Kop’).

Studie voor Prix de Rome Mannelijk naakt, studie voor Prix de Rome Spiertekening Spiertekening, studie voor Prix de Rome

De archieven van de Rijksakademie (en Prix de Rome) uit die periode zijn toegankelijk via het Noord Hollands Archief in Haarlem http://www.noord-hollandsarchief.nl.

Het Rijksmuseum (foto’s)

Het Rijksmuseum in Amsterdam bezit een kleine set van circa 30 foto’s van Han van der Kop. Het zijn onder andere portretten en amateurfoto’s van de familie Van der Kop en de familie Hoogendijk van tussen 1914 – 1940. Daaronder is een foto van een week voor de zelfmoord en reproducties van tekeningen.

Na de publicatie in ‘Het Leven in Schoonhoven’ ontdekte men de link met de amateurfoto’s. Het gaat om het gezin Van der Kop rond 1910.

De foto’s zijn in 1993 overgedragen aan het Rijksmuseum door de Rijksdienst Beeldende Kunst.

[album id=4]

De zondares

Han won in 1931 de Prix de Rome met zijn schilderij ‘De zondares, die de voeten van Jezus zalft, in het huis van den Farizeeër’. Het schilderij kwam in bezit van de Staat der Nederlanden, tegenwoordig de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, en is daar bekend onder inventarisnummer R53.

In 1964 probeert de gemeente Schoonhoven het schilderij naar Schoonhoven te halen. Er wordt contact opgenomen met de Dienst voor ´s Rijks verspreide kunstvoorwerpen. Op 9 december 1964 schrijft de dienst terug dat het schilderij vanwege haar slechte staat is vernietigd. Na onderzoek blijkt dat onjuist, het schilderij hangt op het kantoor van de directeur van de Volkskredietbank in Maastricht en deze blijkt zeer gehecht aan het schilderij. Het lijkt de Rijksinspecteur daarom het beste dat het schilderij blijft waar het hangt. B&W dringen opnieuw aan bij de rijksinspecteur maar deze blijkt onvermurwbaar.

Uiteindelijk komt het schilderij terug in het depot van de Rijksdienst. In 2003 wordt het schilderij in bruikleen naar Schoonhoven gehaald om onderdeel te zijn van een Hommage aan Ad en Han van der Kop, van 21 december tot 28 januari 2003. Het Instituut Collectie Nederland (ICN) in Rijswijk bezorgt het schilderij bij de Turfkelder en haalt het later weer op.

Officiële foto ICN
De zondares, die de voeten van Jezus zalft, in het huis van den Farizeeër (Han van der Kop, 1931)

10-10-1931-Limburger_Koerier

Prix de Rome winnaar

officiele foto voetwassing ICN

De Prix de Rome (Frans voor Prijs van Rome) is een prestigieuze aanmoedigingsprijs voor jonge kunstenaars en architecten, oorspronkelijk bestaande uit een studiereis naar Rome, die in 1663 in Frankrijk is ingesteld en later door andere landen is overgenomen en beschikbaar wordt gesteld in de disciplines architectuur, beeldhouwkunst, compositie, grafiek en schilderkunst.

Oorsprong

Vanaf het begin van de 16e eeuw geldt de klassieke oudheid als bakermat van de Europese kunst. Voor de meeste Noord-Europese kunstenaars ontbraken echter de mogelijkheden om het klassieke Rome te bezoeken. Koning Lodewijk XIV besloot dat Franse kunstenaars de kunstuitingen uit die periode met eigen ogen moesten kunnen bekijken en bestuderen. Daarom stelde de door hem opgerichte Académie Royale de Peinture et de Sculpture in 1666 de Prix de Rome in. De prijs bestond uit een geldbedrag (stipendium) waarmee de winnaar vier jaar in Rome kon werken aan de Académie de France, die toen was gevestigd in de Villa Medici. Er waren ook “Tweede Prijzen”, die de winnaars toelieten om in dezelfde academie te werken, maar voor een kortere tijd.

De prijs was in Frankrijk zeer gewild. Eugène Delacroix, Édouard Manet, Edgar Degas en Maurice Ravel hebben tevergeefs getracht de Prix de Rome te bemachtigen. Peter Benoit is het wel gelukt. Hector Berlioz heeft vijf pogingen nodig gehad om de prijs te bemachtigen. Nadat Jacques-Louis David drie jaar op rij had gefaald, overwoog hij zelfmoord.

Wie dit diploma in de eerste helft van de 20e eeuw wilde bekomen moest hiertoe een drietal weken in afzondering om er een eigen kunstwerk te ontwerpen en volledig af te werken, zonder enig contact met de buitenwereld. Voor de muziek bestond het examen uit het schrijven van een fuga.
In 1968 werd de oorspronkelijke Franse Prix de Rome door André Malraux afgeschaft.

Sinds 1968 wordt deze prijs in diverse landen, waaronder België, Nederland en Canada, uitgereikt aan kunstenaars die waardig geacht worden deze prijs als aanmoediging te ontvangen.

Nederland

In Nederland bestaat sinds 1807 onder de naam Prix de Rome een aanmoedigingsprijs voor jonge kunstenaars en architecten. De prijs werd door Lodewijk Napoleon in het Koninkrijk Holland ingevoerd. In 1817 bevestigde Koning Willem I het bestaan van de prijs, als onderdeel van de oprichting van een “Koninklijke Akademie” in Amsterdam en Antwerpen. De academies moesten per jaar een wisselend systeem van concoursen organiseren voor het winnen van een reis naar Rome, de zogenaamde “Groote Prijs”. Het duurde echter tot 1823 voordat men deze wedstrijd voor het eerst zou organiseren.

Minister Thorbecke hief de prijs in 1851 op, maar in de Wet op de Rijksacademie van 26 mei 1870 legde Koning Willem III de prijs weer officieel vast. De verantwoordelijkheid voor handhaving van bepalingen en spelregels berust sindsdien bij de directeur van de Rijksakademie van Beeldende Kunsten.

De prijs werd uitgereikt op het gebied van de Schone Kunsten en van de Schone Bouwkunst. Men kende een eerste en een tweede prijs, bestaande uit een gouden en een zilveren “eerepenning”. Vanaf 1884 ontving de winnaar van het goud bovendien jaarlijks een stipendium van twaalfhonderd gulden.

Het doel van de Prix de Rome bleef ongewijzigd: de prijs moedigde met een grote geldprijs jonge beeldend kunstenaars en architecten aan in hun ontwikkeling, bij voorkeur met een internationale oriëntatie. Ook de drie fasen bleven gehandhaafd: na een voorronde (de wedstrijd) volgde de eindronde, een werkperiode voor de vier genomineerden in de Rijksacademie. Het werk dat in deze periode werd gemaakt was de basis voor de eindbeoordeling en werd daarna gepresenteerd in een tentoonstelling en een publicatie. Veel aandacht ging uit naar de processen die tot deze resultaten leidden, zowel bij de genomineerde kunstenaars als bij de jury’s.

In 1985 werd de opzet van de Prix de Rome – gelijktijdig met de reorganisatie van de Rijksacademie – gewijzigd. Het prijzengeld werd verhoogd en meer kunstenaars werden in de gelegenheid gesteld deel te nemen. Stimulering van de artistieke ontwikkeling in een internationale context stond nog steeds centraal. De Prix de Rome was opgezet als een wedstrijd en kende een cyclus van vijf jaar, waarin tien terreinen van beeldende kunst en architectuur steeds paarsgewijs aan bod kwamen:

1 – Tekenen – Grafiek
2 – Schilderen – Theater/Beeldende Kunst
3 – Architectuur – Stedenbouw & Landschapsarchitectuur
4 – Fotografie – Film & Video
5 – Beeldhouwen – Beeldende Kunst en Publieke Ruimte

Met ingang van 2006 heet de prijs “Prix de Rome.nl” en bestaat nog slechts in twee categorieën: Beeldende Kunst en Architectuur.

Mondriaan Fonds

Per 1 januari 2013 werd de organisatie van de Prix de Rome overgedragen aan het Mondriaan Fonds. Het doel van de prijs bleef ongewijzigd, maar de systematiek is enigzins aangepast. De open inschrijving is vervangen door een systeem waarbij kunstenaars worden voorgedragen door 35 scouts die elk twee namen kunnen voordragen. De jury selecteert uit de maximaal 70 voorgedragen kandidaten een shortlist van 4 kunstenaars die ieder een werkbudget van € 7500 ontvangen. Elke kunstenaar heeft 5 maanden de tijd om nieuw werk te maken waarop hij uiteindelijk door de jury zal worden beoordeeld. De winnaar ontvangt een bedrag van € 40.000 en een werkperiode in de American Academy in Rome. De prijs en de organisatie worden door het Mondriaan Fonds gefinancierd.

Overzicht van winnaars van de Nederlandse Prix de Rome

1823 – Louis Royer (beeldhouwkunst)
1884 – Jacobus van Looy en Jan Dunselman (beiden schilderkunst)
1885 – Pier Pander (beeldhouwkunst)
1887 – Johannes Hendrik Philip Wortman (beeldhouwkunst)
1887 – Paulus Philippus Rink (schilderkunst)
1888 – Ed Jacobs (beeldhouwkunst)
1890 – Henri Goovaerts (schilderkunst)
1899 – Frederik Helle en Julie Mijnssen (beeldhouwkunst)
1900 – F.J. Buchel (bouwkunst)
1901 – J.H.W. Leliman (bouwkunst), Herman Gouwe (schilderkunst)
1902 – Frederik Engel Jeltsema (beeldhouwkunst)
1904 – Jan Sluijters (schilderkunst)
1905 – Kees Smout (beeldhouwkunst)
1907 – Tjeerd Bottema (schilderkunst)
1908 – Bon Ingen-Housz (beeldhouwkunst)
1909 – D.F. Slothouwer (bouwkunst)
1910 – Frans Hogerwaard
1911 – Theo van Reijn
1914 – Gerard Hoppen
1917 – Charles Vos
1918 – H.P.J. de Vries
1922 – Charles Eyck
1923 – Frits van Hall (beeldhouwkunst)
1924 – Johannes Petrus Leonardus Hendriks
1925 – Antonius Luske
1926 – Jobs Wertheim
1928 – Cornelis van Eesteren
1931 – Han van der Kop
1932 – Nel Klaassen en Dick Broos (schilderkunst)
1934 – Gerrit Bolhuis (beeldhouwkunst) en Jan Hul (schilderkunst)
1935 – Arthur Staal
1938 – Niel Steenbergen
1941 – Piet Schoenmakers
1940 – Johan Limpers
1942 – Jan Sleper
1946 – Cor Hund
1947 – Marius de Leeuw
1948 – Jan Sleper
1952 – Auke Hettema
1953 – Hans IJdo (beeldhouwkunst) en Ad Dekkers (schilderkunst)
1955 – Ek van Zanten
1957 – Emmy Eerdmans
1958 – Wim Quist
1959 – Gooitzen de Jong
1961 – Frank Letterie
1962 – Piet Blom
1966 – Carel Weeber
1973 – Els van Rees-Burger
1979 – Martin van de Laar

1985 – Schilderen – Marien Schouten
1985 – Beeldhouwen – Leo Vroegindeweij
1986 – Architectuur – Wim van den Bergh
1986 – Stedenbouw en landschapsarchitectuur – Rik van Dolderen
1987 – Beeldhouwen – Jan van de Pavert
1987 – Kunst en Publieke Ruimte – Jan van den Dobbelsteen
1988 – Grafiek – Erik Andriesse
1988 – Grafische Vormgeving – Brian Meijers
1989 – Schilderen – Bettie van Haaster
1989 – Beeldende Kunst/Theater –
1990 – Stedenbouw en landschapsarchitectuur – Adriaan Geuze
1990 – Architectuur – Bert Dirrix
1991 – Fotografie –
1991 – Film & Video –
1992 – Beeldhouwen – Karin Arink
1992 – Kunst en Publieke Ruimte – Suchan Kinoshita
1993 – Tekenen – Paul Klemann
1993 – Grafische vormgeving – Hewald Jongenelis
1994 – Schilderen – Ed Gebski
1994 – Beeldende Kunst/Theater – Ida Lohman
1995 – Architectuur – Rob Hootsmans
1995 – Stedenbouw en landschapsarchitectuur – Branimir Medic
1996 – Fotografie – Paul Kooiker
1996 – Film & Video –
1997 – Beeldhouwen – Femke Schaap
1997 – Kunst en Publieke Ruimte – Alicia Framis
1998 – Tekenen – Paul Nassenstein
1998 – Grafische vormgeving – Agata Zwierzyñska
1999 – Schilderen – Charlotte Schleiffert
1999 – Beeldende Kunst/Theater – Cees Krijnen
2000 –
2001 – Architectuur – Gianni Citto
2001 – Stedenbouw en landschapsarchitectuur – John Lonsdale
2002 – Fotografie – Elspeth Diederix
2002 – Film/Video – Igor Sevcuk
2003 – Beeldhouwen – Ryan Gander
2004 – Tekenen en Grafiek (eenmalig 2 disciplines samengevoegd) – Mariana Castillo Deball
2005 – Beeldende Kunst – Lonnie van Brummelen
2006 – Architectuur – Ronald Rietveld
2007 – Fotografie – Viviane Sassen
2009 – Beeldende Kunst – Nicoline van Harskamp
2010 – Architectuur – Olv Klijn
2011 – Beeldende Kunst – Pilvi Takala

Hub van Baar over Han

Hubertus Melchior Josephus (Hub, Huub) van Baar (Deurne, 24 maart 1894 – Deurne, 1 december 1982) was een Nederlands kunstschilder. Hij werd geboren in boerderij de Pelikaan aan de Helmondseweg in Deurne, waar zijn ouders Frans van Baar en Maria van Baar-van Bon een bierbrouwerij hadden. Hub was de derde van zeven kinderen in het gezin. Op 9-jarige leeftijd verhuisde hij met zijn ouders, broers en zussen naar Venray. Hij genoot een kunstopleiding aan de kunstacademie van Amsterdam. In zijn biografie schrijft hij over Han van der Kop:

“Willem Hofker is later een van mijn beste vrienden geworden evenals Han van der Kop, een van de fijnzinnigste talenten die ik ooit gekend heb. Helaas maakte hij, onder druk van de bekrompen inzichten van die dagen, als homofiel een vroegtijdig einde aan zijn leven.”

“Wij kenden op de Academie alleen de oude Nederlandse kunst en die van onze eigen dagen, vooral dus de Haagse en de Amsterdamse school. Mensen als Jongkind, Kees van Dongen, Jan Sluyters, Charles Eyck en Matthieu Wiegman, om er maar een paar te noemen, waren zeker niet meer begaafd dan Willem Hofker, Han van der Kop of Cornelis Koning. Maar zij kregen, God zij dank, de kans om uit het enge wereldje te breken en naar Parijs te gaan en zich daar onder invloed van wat zij zagen en hoorden verder te ontwikkelen.”